info@medi-law.nl | 06-343 443 62 /06-833 06 434


De gevolgen van het omzetten van een richtlijn naar een eigen praktijkprotocol en van een gebrekkige praktijkorganisatie

Wat speelt er?

Een patiënte belt vanwege een afgebroken stukje kies naar de tandartsenpraktijk. Aangezien haar tandarts afwezig is, vraagt de assistente of het akkoord is dat ze door een ander wordt behandeld. Dit is geen probleem, de behandeling vindt dezelfde dag nog plaats. Achteraf wordt het patiënte duidelijk dat ze niet door een tandarts, maar door een voor die behandeling onbevoegde mondhygiëniste is behandeld. Ze dient hierover een tuchtklacht in.

Wat oordeelt het Centraal Tuchtcollege?

Het college acht de klacht gegrond en legt de tandarts een berisping op. Het college concludeert dat de oorzaak van het voorval gelegen is in het door de praktijk gehanteerde protocol ‘Voorbehouden handeling’: dit protocol was niet in overeenstemming met de wet BIG en de geldende ‘Richtlijn opdrachtrelatie voorbehouden handelingen tandarts-mondhygiënist’. Volgens het protocol zou een mondhygiënist elke voorbehouden handeling zelfstandig mogen uitvoeren, wat in strijd is met de Richtlijn. Daarnaast werd het protocol binnen de praktijk niet structureel gevolgd.

Conclusie

Deze uitspraak is van belang voor elke beroepsgroep. Hierin wordt onderstreept dat richtlijnen gezaghebbend zijn voor de beoordeling van het handelen van een zorgverlener. Het parafraseren van een richtlijn naar een eigen praktijkprotocol kan leiden tot het risico dat niet volledig richtlijnconform wordt gehandeld. Het college overweegt bovendien dat een praktijkprotocol tot de praktijkorganisatie behoort, met als gevolg dat onjuistheden of onduidelijkheden de praktijkhouder, ook bij diens afwezigheid, tuchtrechtelijk verweten worden.  

Uitspraak